Posts tonen met het label Nederland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nederland. Alle posts tonen

maandag 7 december 2009

Haarlem-Nederland (23)

Haarlem, stationsrestauratie op het 2e perrron
Station Haarlem is het belangrijkste spoorwegstation van Haarlem, gelegen aan de Oude Lijn.
Geschiedenis
Het eerste station Haarlem werd geopend op 20 september 1839, als een van de drie stations van de spoorlijn Amsterdam – Haarlem, de eerste spoorlijn van de HIJSM en tevens de eerste Nederlandse spoorweg (Amsterdam – Halfweg – Haarlem), nu deel van de Oude Lijn.
In Haarlem kwam het eerste station juist buiten de Amsterdamse Poort te liggen. Op deze plaats bevindt zich nu het terrein van de Hoofdwerkplaats van NedTrain.
In 1842 werd het tijdelijke station even buiten de Amsterdamse Poort vervangen door een station op de definitieve locatie aan de noordkant van de binnenstad. Toen kwam ook de overbrugging van het Spaarne in gebruik. Het is een van de weinige 19e eeuwse stations in Nederland die binnen een 17e eeuwse omwalling werden gelegd.
In hetzelfde jaar werd de spoorlijn verlengd van Haarlem naar Leiden. Aanvankelijk was de spoorlijn uitgevoerd in breedspoor, met een spoorwijdte van 1945 mm. In 1865 werd het spoor versmald tot normaalspoor (1435 mm). In 1867 kwam de spoorlijn richting Uitgeest – (Alkmaar) in gebruik. In 1881 kwam de lijn naar Zandvoort aan Zee er bij. De tegenover het station gelegen fabriek van Beijnes kreeg in 1891 een spooraansluiting (vervallen in 1952). In 1912 werd station Haarlem aangesloten op de Haarlemmermeerspoorlijnen. Tegelijkertijd kreeg Haarlem een tweede station erbij, Haarlem Rijksstraatweg. En weer later, in 1998, werd Station Haarlem Spaarnwoude geopend.
Op 15 september 2008 was er een groot feest ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van station Haarlem.
Het stationsgebouw
Het oorspronkelijke stationsgebouw werd in 1906 vervangen door een nieuw gebouw van D.A.N. Margadant aan de nu hooggelegen spoorlijn. In 1908 was het gebouw geheel gereed. Kenmerkend voor het gebouw zijn de twee verschillende in- en uitgangsgebouwen, en de situering van de wachtkamers en restauratie op het eilandperron. Het is het enige station in Nederland in de Art Nouveau of Jugendstil-stijl, en een van de markantste gebouwen in de stad Haarlem. Kenmerkend voor het gebouw zijn onder meer de vele tegeltableaus in het gebouw (zie afbeelding).
Het station is meerdere keren gebruikt als voor filmopnamen zoals voor Zwartboek van Paul Verhoeven in 2005 en voor de Amerikaanse actiefilm Ocean's Twelve in mei 2004. In laatstgenoemde film moest het Haarlemse perron overigens Amsterdam Centraal voorstellen.

Bergen-Nederland (22)

Bergen (NH), Zwarteweg (1954)

Bergen is een dorp en gemeente in de Nederlandse provincie Noord-Holland. De gemeente telt 31.155 inwoners (31 mei 2009, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 119,85 km² (waarvan 22,70 km² water). De gemeente maakt deel uit van de samenwerkingsregio Kennemerland.
De gemeente is een populaire toeristenbestemming, vooral vanwege de vele stranden en badplaatsen langs de Noordzeekust.
Sinds ongeveer 1900 is Bergen een kunstenaarsdorp dat veel schilders, schrijvers en architecten aantrekt. Het Museum Kranenburgh in Bergen bevat een verzameling kunstwerken van deze Bergense School. De villawijk Park Meerwijk werd in 1915 geheel in de stijl van de Amsterdamse School gebouwd. Aan de Buerweg hebben vooraanstaande kunstenaars gewoond. Er zijn regelmatig kunstmarkten in Bergen, jaarlijkse muziekfestivals (de Holland Music Sessions in augustus en Jazz & Sail in het eerste weekend van september) en een jaarlijks kunstfestival (de Kunst10daagse in oktober).
Andere bezienswaardigheden in de gemeente Bergen zijn onder andere het Zeeaquarium (Bergen aan Zee), het Auto Union Museum (Bergen) met een verzameling oldtimers, het Museum Kranenburgh voor beeldende kunst en de historische musea Het Sterkenhuis (Bergen) en het Museum van Egmond (Egmond aan Zee).
Ten noorden van het dorp Bergen liggen de Schoorlse Duinen. Dit uitgestrekte natuurgebied heeft de hoogste en breedste duinen van Nederland. Op sommige plaatsen zijn de duinen wel vijf kilometer breed. Midden in het gebied ligt De Kerf, een uniek brakwatergebied dat ontstaan is nadat in 1997 een opening in de duinenrij werd gegraven, zodat het zeewater bij hoogtij naar binnen kan stromen.
Geschiedenis
Bergen wordt al vermeld in stukken uit midden 10e eeuw. Maar de naam betrof toen alleen een kleine buurtschap rond een kerk, waar tegenwoordig de Ruïnekerk staat. Om Bergen heen lagen buurtschappen, die nu deel uitmaken van het dorp: Westdorp, Oostdorp, Oudburgh en het latere Saenegheest, Saenegheest is de enige die nu nog als buurtschap wordt geduid, tot halverwege de twintigste eeuw was dat ook het geval met Oostdorp, totdat deze werd uitgebreid met de wijk tuindorp.
Saenegheest ontleent volgens vele zijn plaatsnaam aan het Mirakel van Bergen van 1421, waarbij (volgens de legende) tijdens de beruchte Sint-Elisabethsvloed de kerkinventaris van de verdronken kerk van Petten veilig aanspoelde en het zeewater dat in de kist was gedrongen later veranderd bleek te zijn in geronnen bloed. De plek waar de inventaris aanspoelde heet sindsdien Sacramentsdijk (nu Zakedijk) en er werd een kapel gebouwd die echter in de Tachtigjarige Oorlog werd verwoest. Toch werd er tot midden 1960er jaren in mei een stille tocht georganiseerd om dit wonder te gedenken. Dit gebruik is begin 21e eeuw weer nieuw leven ingeblazen.
De Ruïnekerk werd in de 15e eeuw gebouwd op de plek van een oudere kerk. In de Middeleeuwen was het de grootste kerk van Noord-Holland. In 1574, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, werd de kerk geplunderd en afgebrand. De kerk werd echter later weer gedeeltelijk herbouwd.
In 1799, tijdens de Tweede Coalitieoorlog tegen revolutionair Frankrijk, viel een Brits-Russisch leger de huidige provincie Noord-Holland binnen. Bij Bergen vond op 19 september een veldslag plaats (de Slag bij Bergen) waarbij de geallieerden werden verslagen door de Franse-Bataafse troepen. Het Russisch Monument in Bergen herinnert aan de veldslag.

Zandvoort-Nederland (21)

Zandvoort, strandgezicht (1953)
Zandvoort is een badplaats en gemeente in de Nederlandse provincie Noord-Holland. De gemeente telt 16.616 inwoners (31 mei 2009, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 33,82 km².
De plaats leeft van het toerisme, en is ook bekend van een Formule 1-racecircuit, het Circuit Park Zandvoort. Zandvoort is het eindpunt van de spoorlijn van Amsterdam via Haarlem. Tot de gemeente behoort ook een deel van het dorp Bentveld.

Geschiedenis
Zandvoort was al in 1100 bekend en heette toen Sandevoerde; een samenstelling van zand en voorde. Tot 1722 was het gebied in handen van de heren van Brederode. Eeuwenlang leefde het dorp van de visvangst, maar in de 19e eeuw ontstonden er andere bronnen van bestaan. In het Verenigd Koninkrijk kwam het zeebaden op, en de Zandvoortse arts dr. Mezger introduceerde dit gebruik in Zandvoort. In 1828 werd het eerste badhuis in gebruik genomen. Tal van beroemdheden trokken naar Zandvoort, onder wie vorstin Elisabeth van Oostenrijk-Hongarije in 1884 en 1885; ter herdenking aan haar bezoeken werd op 28 augustus 2004 een borstbeeld van haar onthuld.
Halverwege de 19e eeuw nam ook de aardappelteelt in de duinen een grote vlucht. In 1881 werd station Zandvoort aan Zee aangesloten op het spoorwegnet, en in 1899 volgde een tramverbinding met Haarlem (later uitgebreid tot Amsterdam), wat het badtoerisme flink bevorderde. Het fraaie stationsgebouw staat er thans nog steeds. Door de opkomst van het massatoerisme en de snelle treinverbinding nam het percentage vreemdelingen toe en kwamen het dialect en andere lokale cultuuruitingen langzaamaan in de marge.
Tijdens de jaren dertig van de 20e eeuw had Zandvoort het hoogste percentage NSB-ers van Nederland. De Tweede Wereldoorlog richtte in Zandvoort veel schade aan. Op 23 mei 1942 werd de toegang tot het strand verboden. Enkele maanden later moest vrijwel geheel Zandvoort worden ontruimd. Badhuizen en boulevards werden afgebroken voor de aanleg van de Duitse Atlantikwall. Nog altijd zijn in het gebied tientallen bunkers aanwezig. Na de oorlog werden veel woningen gebouwd, en nam het toerisme sterk toe. In 1948 werd het circuit van Zandvoort aangelegd. Ooit vonden hier zelfs Formule-I races plaats, maar de provincie Noord-Holland heeft later geweigerd hier een vergunning voor te geven vanwege de geluidsoverlast voor de wijde omgeving. De tramlijn Amsterdam – Haarlem – Zandvoort van de NZH (Noord-Zuid-Hollandsche Vervoermaatschappij), thans Connexxion geheten, maakte op 31 augustus 1957 zijn laatste rit en werd vervangen door een busdienst (lijn 80).
Anno 2003 houdt bijna de helft van het aantal arbeidsplaatsen in Zandvoort verband met het toerisme. Langs de verschillende boulevards zijn dan ook op het strand doorlopend strandtenten te vinden, die veel dagjesmensen trekken. Bekende gelegenheden zijn Tijn Akersloot, Havanna aan Zee, Club Nautique en Vooges. De meeste strandpaviljoens zijn familiebedrijven. Men bouwt het paviljoen in februari op waarna men per 1 maart open mag voor het publiek. Voor 1 oktober moet het paviljoen weer verwijderd worden. Via het strand Zuid zijn nog enkele paviljoens bereikbaar op een grotere loopafstand: deze bevinden zich echter buiten het zogenaamde 'textielstrand'. Het bekende El Dorado brandde in 2007 af, maar zal blijven bestaan.

Zandvoort-Nederland (20)

Zandvoort, strandgezicht (1953)
Zandvoort is een badplaats en gemeente in de Nederlandse provincie Noord-Holland. De gemeente telt 16.616 inwoners (31 mei 2009, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 33,82 km².
De plaats leeft van het toerisme, en is ook bekend van een Formule 1-racecircuit, het Circuit Park Zandvoort. Zandvoort is het eindpunt van de spoorlijn van Amsterdam via Haarlem. Tot de gemeente behoort ook een deel van het dorp Bentveld

Geschiedenis
Zandvoort was al in 1100 bekend en heette toen Sandevoerde; een samenstelling van zand en voorde. Tot 1722 was het gebied in handen van de heren van Brederode. Eeuwenlang leefde het dorp van de visvangst, maar in de 19e eeuw ontstonden er andere bronnen van bestaan. In het Verenigd Koninkrijk kwam het zeebaden op, en de Zandvoortse arts dr. Mezger introduceerde dit gebruik in Zandvoort. In 1828 werd het eerste badhuis in gebruik genomen. Tal van beroemdheden trokken naar Zandvoort, onder wie vorstin Elisabeth van Oostenrijk-Hongarije in 1884 en 1885; ter herdenking aan haar bezoeken werd op 28 augustus 2004 een borstbeeld van haar onthuld.
Halverwege de 19e eeuw nam ook de aardappelteelt in de duinen een grote vlucht. In 1881 werd station Zandvoort aan Zee aangesloten op het spoorwegnet, en in 1899 volgde een tramverbinding met Haarlem (later uitgebreid tot Amsterdam), wat het badtoerisme flink bevorderde. Het fraaie stationsgebouw staat er thans nog steeds. Door de opkomst van het massatoerisme en de snelle treinverbinding nam het percentage vreemdelingen toe en kwamen het dialect en andere lokale cultuuruitingen langzaamaan in de marge.
Tijdens de jaren dertig van de 20e eeuw had Zandvoort het hoogste percentage NSB-ers van Nederland. De Tweede Wereldoorlog richtte in Zandvoort veel schade aan. Op 23 mei 1942 werd de toegang tot het strand verboden. Enkele maanden later moest vrijwel geheel Zandvoort worden ontruimd. Badhuizen en boulevards werden afgebroken voor de aanleg van de Duitse Atlantikwall. Nog altijd zijn in het gebied tientallen bunkers aanwezig. Na de oorlog werden veel woningen gebouwd, en nam het toerisme sterk toe. In 1948 werd het circuit van Zandvoort aangelegd. Ooit vonden hier zelfs Formule-I races plaats, maar de provincie Noord-Holland heeft later geweigerd hier een vergunning voor te geven vanwege de geluidsoverlast voor de wijde omgeving. De tramlijn Amsterdam – Haarlem – Zandvoort van de NZH (Noord-Zuid-Hollandsche Vervoermaatschappij), thans Connexxion geheten, maakte op 31 augustus 1957 zijn laatste rit en werd vervangen door een busdienst (lijn 80).
Anno 2003 houdt bijna de helft van het aantal arbeidsplaatsen in Zandvoort verband met het toerisme. Langs de verschillende boulevards zijn dan ook op het strand doorlopend strandtenten te vinden, die veel dagjesmensen trekken. Bekende gelegenheden zijn Tijn Akersloot, Havanna aan Zee, Club Nautique en Vooges. De meeste strandpaviljoens zijn familiebedrijven. Men bouwt het paviljoen in februari op waarna men per 1 maart open mag voor het publiek. Voor 1 oktober moet het paviljoen weer verwijderd worden. Via het strand Zuid zijn nog enkele paviljoens bereikbaar op een grotere loopafstand: deze bevinden zich echter buiten het zogenaamde 'textielstrand'. Het bekende El Dorado brandde in 2007 af, maar zal blijven bestaan.

Zandvoort-Nederland (19)

Zandvoort, strand met reddingsboot (1953)
Zandvoort is een badplaats en gemeente in de Nederlandse provincie Noord-Holland. De gemeente telt 16.616 inwoners (31 mei 2009, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 33,82 km².
De plaats leeft van het toerisme, en is ook bekend van een Formule 1-racecircuit, het Circuit Park Zandvoort. Zandvoort is het eindpunt van de spoorlijn van Amsterdam via Haarlem. Tot de gemeente behoort ook een deel van het dorp Bentveld

Geschiedenis
Zandvoort was al in 1100 bekend en heette toen Sandevoerde; een samenstelling van zand en voorde. Tot 1722 was het gebied in handen van de heren van Brederode. Eeuwenlang leefde het dorp van de visvangst, maar in de 19e eeuw ontstonden er andere bronnen van bestaan. In het Verenigd Koninkrijk kwam het zeebaden op, en de Zandvoortse arts dr. Mezger introduceerde dit gebruik in Zandvoort. In 1828 werd het eerste badhuis in gebruik genomen. Tal van beroemdheden trokken naar Zandvoort, onder wie vorstin Elisabeth van Oostenrijk-Hongarije in 1884 en 1885; ter herdenking aan haar bezoeken werd op 28 augustus 2004 een borstbeeld van haar onthuld.
Halverwege de 19e eeuw nam ook de aardappelteelt in de duinen een grote vlucht. In 1881 werd station Zandvoort aan Zee aangesloten op het spoorwegnet, en in 1899 volgde een tramverbinding met Haarlem (later uitgebreid tot Amsterdam), wat het badtoerisme flink bevorderde. Het fraaie stationsgebouw staat er thans nog steeds. Door de opkomst van het massatoerisme en de snelle treinverbinding nam het percentage vreemdelingen toe en kwamen het dialect en andere lokale cultuuruitingen langzaamaan in de marge.
Tijdens de jaren dertig van de 20e eeuw had Zandvoort het hoogste percentage NSB-ers van Nederland. De Tweede Wereldoorlog richtte in Zandvoort veel schade aan. Op 23 mei 1942 werd de toegang tot het strand verboden. Enkele maanden later moest vrijwel geheel Zandvoort worden ontruimd. Badhuizen en boulevards werden afgebroken voor de aanleg van de Duitse Atlantikwall. Nog altijd zijn in het gebied tientallen bunkers aanwezig. Na de oorlog werden veel woningen gebouwd, en nam het toerisme sterk toe. In 1948 werd het circuit van Zandvoort aangelegd. Ooit vonden hier zelfs Formule-I races plaats, maar de provincie Noord-Holland heeft later geweigerd hier een vergunning voor te geven vanwege de geluidsoverlast voor de wijde omgeving. De tramlijn Amsterdam – Haarlem – Zandvoort van de NZH (Noord-Zuid-Hollandsche Vervoermaatschappij), thans Connexxion geheten, maakte op 31 augustus 1957 zijn laatste rit en werd vervangen door een busdienst (lijn 80).
Anno 2003 houdt bijna de helft van het aantal arbeidsplaatsen in Zandvoort verband met het toerisme. Langs de verschillende boulevards zijn dan ook op het strand doorlopend strandtenten te vinden, die veel dagjesmensen trekken. Bekende gelegenheden zijn Tijn Akersloot, Havanna aan Zee, Club Nautique en Vooges. De meeste strandpaviljoens zijn familiebedrijven. Men bouwt het paviljoen in februari op waarna men per 1 maart open mag voor het publiek. Voor 1 oktober moet het paviljoen weer verwijderd worden. Via het strand Zuid zijn nog enkele paviljoens bereikbaar op een grotere loopafstand: deze bevinden zich echter buiten het zogenaamde 'textielstrand'. Het bekende El Dorado brandde in 2007 af, maar zal blijven bestaan.

donderdag 26 november 2009

Maastricht-Nederland (18)

Maastricht - St. Servaasbrug (Oude Brug)
De Sint Servaasbrug is een 13e eeuwse stenen boogbrug over de rivier de Maas in de Nederlandse stad Maastricht.
Bouw
De brug werd gebouwd tussen 1280 en 1298 in opdracht van het Kapittel van Sint Servaas ter vervanging van de in 1275 ingestorte eerste Romeinse brug. Oorspronkelijk telde ze negen stenen bogen en een houten overspanning aan de Wyckse zijde, die in geval van een belegering snel ontmanteld kon worden. Omstreeks 1640 werd de eerste boog aan de westzijde, die geheel droog was komen te staan door de veranderde stroming van de Maas, dichtgemetseld en opgenomen in de nieuwe kademuur. Hierdoor bleven er nog maar acht stenen bogen over. Tijdens de aanleg van het kanaal Luik-Maastricht in 1850 kwam deze oude boog weer tevoorschijn om vervolgens gedeeltelijk afgebroken te worden.
Eerste restauratie
Eind 17e eeuw bleek de conditie van de brug zeer slecht te zijn. Het Kapittel van Sint Servaas hield betreffende het onderhoud van de brug nog steeds vast aan een bepaling van Keizer Rudolf I uit 1274 waarin werd bepaald dat er aan onderhoud niet meer besteed hoefde te worden dan er aan tolgeld binnenkwam. Het gevolg hiervan was dat er eeuwenlang alleen de meest noodzakelijke reparaties werden uitgevoerd. Dit beperkte zich vooral tot het vervangen van slechte stenen en het incidenteel vernieuwen van beschadigd voegwerk. Deze opstelling van het Kapittel gaf meerdere malen aanleiding tot heftige onenigheid tussen stadsbestuur en geestelijkheid. Uiteindelijk kwam het eigendom van de brug in 1647 toe aan de stad Maastricht. Tussen 1683 en 1716 werd de brug in fasen verregaand gerestaureerd. De bogen en soms zelfs gedeelten van de pijlers werden afgebroken en opnieuw opgebouwd daarbij zoveel mogelijk gebruik makende van de oude stenen. De eerste boog (eigenlijk de tweede dus) in 1683 door de Dominicanerbroeder Franciscus Romanus. De tweede en de derde in 1698 en 1699 door de Augustijn Jan van der Poel. De vierde en de vijfde in 1714 door Jan Collard. De overige bogen in 1716 door Gilles Doyen.
Na deze restauratie werd de brug redelijk goed onderhouden. Hoogwater en zware ijsgang brachten echter geregeld schade toe. In 1799 en 1803 werd de houten boog weer eens opgeknapt en in 1801 werd de donjon op de brug ter plaatse van de pijler tussen de houten boog en boog acht wegens bouwvalligheid gesloopt. In 1827 werd de houten boog uiteindelijk vervangen door een stenen boog, die echter op het oog van de verdediging (Maastricht was tot 1867 een vestingstad) makkelijk opgeblazen kon worden. In 1836 en 1837 werden de stenen borstweringen vervangen door smeedijzeren hekken. Zodoende konden de trottoirs iets verbreed worden.
Begin 20e eeuw begon het steeds duidelijker te worden dat de brug niet meer kon voldoen aan de eisen die het toenemende verkeer aan de brug stelde. In de jaren twintig waren er zelfs plannen om de brug geheel af te breken en te vervangen door een nieuwe. Aanleiding hiervoor waren diverse instortingen van gedeelten van de brug in 1926, 1928 en 1931. Uiteindelijk werd na veel protest van de Maastrichtse bevolking besloten om de oude brug te behouden en ongeveer 300 meter noordelijker, ter hoogte van de Markt, een tweede brug te bouwen; de latere Wilhelminabrug.
Tweede restauratie
De eerst volgende en meest ingrijpende restauratie vond pas weer plaats tussen 1932 en 1934 na de oplevering van de Wilhelminabrug. De brug werd toen in feite compleet afgebroken en opnieuw opgebouwd. De bogen werden geconstrueerd in beton en daarna weer bekleed met de oorspronkelijke stenen. Om de ondergraving van de brugpijlers door hoog water en zware ijsgang eindelijk te verhinderen werden de funderingen extra verstevigd en onder de waterspiegel werden tussen de pijlers zogenaamde contrabogen aangebracht. Aan de oostzijde werden twee bogen opgeblazen en vervangen door een stalen hefgedeelte om zwaardere scheepvaart meer ruimte te geven. Aan weerszijden van dit hefgedeelte werden twee kleine torentjes opgericht, verwijzende naar de donjon die zich hier tot 1801 bevond. Het smeedijzeren hekwerk werd tevens weer vervangen door een stenen borstwering. Gedeelten van dit hekwerk zijn echter op diverse plaatsen in de binnenstad nog terug te vinden.
Tweede Wereldoorlog
De brug heeft in de Tweede Wereldoorlog ernstig te lijden gehad. Op 10 mei 1940 werd het stalen gedeelte aan de kant van Wyck op bevel van de Nederlandse legerleiding opgeblazen. De rest van de brug liep daarbij nauwelijks schade op. De opmars van het Duitse leger werd hier echter nauwelijks door vertraagd. De ontstane opening kon gemakkelijk over gestoken worden en reeds op 11 mei lag er al een provisorische noodbrug die op 28 augustus werd vervangen door een definitieve noodbrug. Bij het terugtrekken van het Duitse leger in 1944 liep de brug echter de meeste schade op. Pogingen om de aangebrachte springladingen te saboteren of te verwijderen liepen helaas op niets uit. Op 13 september, de dag van de bevrijding van Wyck en slechts één dag voor de bevrijding van Maastricht zelf, bliezen de Duitsers de brug gedeeltelijk op. Dankzij de betonnen constructie uit de jaren dertig werd echter geen van de bogen geheel onderbroken en kon ze gemakkelijk provisorisch hersteld worden. Op 27 september werd de brug weer in gebruik genomen voor verkeer. De Wilhelminabrug was echter over de gehele lengte verwoest; alleen de pijlers staken nog boven het water uit. In 1946 en 1947 werd de brug gerepareerd. Bij die gelegenheid werd, door verlenging van de pijlers in noordelijke richting, de brug 2 meter breder gemaakt. De torentjes aan weerszijden van het hefgedeelte werden niet herbouwd.
Tegenwoordig
De betonnen constructie ter plekke van de laatste boog in februari 2007
Bij de herinrichting van de Maasboulevard (2005) kwam de boog die in 1640 werd dichtgemetseld en in 1850 al eens ontdekt werd wederom vrij te liggen. De resten van deze boog waren nog geheel origineel 13e eeuws en derhalve het meest authentieke gedeelte van de brug. De bedoeling was om deze boog te restaureren en als onderdoorgang te gaan gebruiken voor voetgangers die het pad langs de Maas willen volgen. De opdracht voor restauratie werd verleend aan het architectenbureau van Jo Coenen. Volgens bureau Coenen bleek echter dat de stenen in de loop der tijd te slecht waren geworden en voor het grootste deel onbruikbaar om de boog te reconstrueren. Begin 2007 zijn derhalve deze laatste originele resten van de brug gesloopt en vervangen door een betonnen constructie. Binnen deze constructie zijn wel fragmenten van de laatste boog terug geplaatst.
Trivia
De Sint Servaasbrug wordt algemeen beschouwd als de oudste brug van Nederland.
Pas sinds 1932 draagt de brug de naam van H. Servatius, eerste bisschop en later patroonheilige van de stad Maastricht. Aangezien er eeuwenlang maar één brug was had deze geen naam. Ze werd gewoon de brug genoemd. Pas na de bouw van de Wilhelminabrug in 1932 werd het nodig een naam toe te kennen. Er zijn nog steeds Maastrichtenaren die over de 'aw brögk' (oude brug) spreken.

woensdag 25 november 2009

Meijel-Nederland (17)

Meijel "Startebos" - Strandbad - Camping - Speeltuin
Meijel is een plaats en voormalige gemeente in Limburg (Nederland). Per 1 januari 2010 maakt Meijel deel uit van de gemeente Peel en Maas.
Geschiedenis
Meijel heeft - naast zijn geïsoleerde ligging tussen moeras en Peel - ook politiek lang in een isolement gezeten. Terwijl buurgemeente Deurne wel tot de Generaliteitslanden behoorde, maakte Meijel daar geen deel van uit.
Meijel hoorde bij het Overkwartier of Opper-Gelre en was dus achtereenvolgens Spaans en Oostenrijks (of Belgisch). In de Franse tijd hoorde het ook bij het Belgisch departement van de Nedermaas.
De andere buurgemeente Helden behoorde tot Pruisisch Opper-Gelre. De laatstgenoemde twee buurgemeenten hebben eeuwenlang ruzie gemaakt over tussengelegen trufgronden, hoewel Brabanders en Limburgers (ook uit Helden) met elkaar huwden en zich in Meijel vestigden. Dit laatste resulteerde in een geheel eigen dialect, dat dichter bij de Brabantse peeldialecten ligt dan bij de Limburgse en ook veel overeenkomsten vertoont met het net over de Limburgs-Brabantse grens liggende Neerkant.
Meijel ligt tevens bij één van de weinige doorgangen door de Peel, aan de weg van 's-Hertogenbosch naar Keulen. Mogelijk gaat deze verbinding tot in de Romeinse Tijd terug, toen de weg de belangrijke tempelplaats Empel met Keulen verbond. Langs deze weg zijn tal van Romeinse vondsten gedaan.
Herindeling Noord-Limburg 2010
Op 10 maart 2009 besloot de Meijelse gemeenteraad met een kleine meerderheid (6-5) om voor een fusie met buurgemeenten Helden, Kessel en Maasbree te kiezen. De vier gemeenten zullen samen de gemeente Peel en Maas vormen.
Bezienswaardigheden
Sint-Nicolaaskerk

Drunen-Nederland (16)

Drunen - zwembad
Drunen is een plaats in de gemeente Heusden (Noord-Brabant), op 1 januari 2010 had Drunen 18.017 inwoners. Drunen maakt deel uit van een regio die de Langstraat wordt genoemd en die van oudsher bekend staat om zijn leer- en schoenenindustrie. Drunen was vanaf 1813 een zelfstandige gemeente, bestaande uit de plaatsen Drunen, het gehucht Giersbergen en de bouwhoeven Fellenoord, Klinkaert en het inmiddels afgebroken Pestert. In 1935 is, na de opheffing van de zelfstandige gemeente Elshout & Oud-Heusden, het kerkdorp Elshout toegevoegd. Op 1 januari 1997 is deze gemeente samengevoegd met de voormalige gemeenten Vlijmen en Heusden in de nieuwe, grotere gemeente Heusden. Grote werkgevers in Drunen zijn de scheepsschroevenfabriek van Wärtsilä, (voorheen Lips en John Crane), de aluminiumfabriek van Sapa (voorheen Alcoa), en de messingfabriek LDM (voorheen Lips). Deze drie verwante bedrijven werken samen onder de naam Metal Valley.
Het voormalig themapark het Land van Ooit was hier gevestigd. Het was gevestigd op het landgoed van het Kasteel Drunen. Na het faillissement is het gebied en het kasteel aangekocht door de gemeente Heusden en omgedoopt tot de 'Poort van Heusden'.
Aan de noordzijde op de bebouwing van het huidige Drunen was het voormalig Statioon Drunen-Heusden gelegen; het was gelegen aan de westzijde van de spoorwegovergang 'de Wolfshoek'.
Nationaal Park de Loonse en Drunense Duinen, is een alom in Nederland en tot ver over de landsgrenzen bekend natuurgebied. Verder kent Drunen qua karakter sterk verschillende bossen. Een van deze bossen herbergt een eendenkooi. De dijken en de vele paden in Drunen bieden u een uitstekende mogelijkheid om de omgeving per fiets te verkennen. Drunen is ook bekend omdat hier vroeger het Autotron was gevestigd (nu in Rosmalen) en Het Land van Ooit in deze plaats lag. Het Land van Ooit werd op 22 november 2007 gesloten na failliet te zijn verklaard.

Hilvarenbeek-Nederland (15)

Camping Recreatieoord Beekse Bergen Hilvarenbeek
Wilde dieren spotten tijdens een kampeervakantie in Nederland? Het klinkt onwaarschijnlijk, maar kan wel! Kom kamperen op vakantiepark Beekse bergen in Hilvarenbeek/Noord-Brabant. De Beekse Bergen wordt ook wel het Afrikaanse hart van Noord-Brabant genoemd. Hier beleeft u een avonturen waarvan u nooit gedacht had dat ze mogelijk waren in Nederland. U verblijft vlakbij giraffen en gorilla’s. Vanaf vakantiepark Beekse Bergen wandelt u in een paar minuten naar het bekende safaripark waar maar liefst vijftienhonderd wilde dieren verblijven. Ook vaart er vanaf het bungalowpark en de camping regelmatig een boot naar de tientallen (water)attracties van Speelland Beekse Bergen. Tijdens uw kampeervakantie in Hilvarenbeek op vakantiepark Beekse Bergen kunt u beiden parken net als vier andere attractieparken gratis en onbeperkt bezoeken.

maandag 23 november 2009

Giersbergen-Nederland (14)

Giersbergen (Noord Brabant)
Giersbergen is een gehucht ten zuiden van Drunen in de Noord-Brabantse gemeente Heusden. Het heeft ongeveer 70 inwoners en ligt aan de noordzijde van het Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen.
Geschiedenis
Giersbergen ontstaat in het midden van de dertiende eeuw. In een afschrift van een oorkonde, te vinden in de Koninklijke Bibliotheek te Brussel, treft de lezer aan het eind als datering het jaar 1244 aan: Datum anno Domini millesimo ducentesimo quadragesimo quarto. De oorkonde beschrijft hoe Hendrik van Herentals, schout van 's-Hertogenbosch, op bevel van Hendrik II, hertog van Brabant, 150 bunder grond overdraagt aan de abdij Ter Kameren tegen betaling van een jaarlijkse cijns. De abdij krijgt eveneens het recht te genieten van de gemene gronden van het allodium Drunen (ville de Unen allodium tam in humido quam in sicco communibus possunt uti pascuis et gaudere).
De abdij vestigt op dit landgoed de uithof Giersbergen.
De abdij Ter Kameren is een Cisterciënzerinnenabdij. Deze monialen leven volgens strenge regels binnen de adbijmuren. Het werk op de uithoven wordt verricht door monniken en lekenbroeders.
De kern van de uithof wordt al snel na de stichting gevormd door twee hoeven, de Poirthoeve en de Maijhoeve. De Maijhoeve is volledig bestemd voor de exploitatie van de landgoederen van de uithof. De Poirthoeve dient daarnaast nog een tweede doel, het bieden van onderdak en gastvrijheid aan leden van de orde, onderweg van en naar de abdij Ter Kameren of het Generaal Kapittel te Cîteaux, en andere aanzienlijke personen. De Poirthoeve ligt dan ook aan de westelijke rand van de binnenste omwalling van de uithof, waarlangs de Heusdense baan komend van Heusden (Holland) via Oisterwijk verder naar Brussel (Brabant) voert. Jan II,
volgens de oorkonde hertog van Lotharingen, Brabant en Limburg, breidt op 14 december 1299 het domein verder uit door tegen een jaarlijkse cijns drie hoeven land in Udenhout aan de abdij te geven: tres hovas terre sitas in nostro nemore de Uudenhout.
Ook door aankopen wordt het gebied verder uitgebreid.
De Maijhoeve wordt aan het einde van de zestiende eeuw op de bestaande plaats opnieuw opgebouwd of op zijn minst grondig gerenoveerd. In oktober 2007 door BAAC uitgevoerd dendrochronologisch onderzoek op monsters uit het eerste gebint toont aan dat de gebruikte boomstammen in de winter van 1597/1598 zijn gekapt, zodat mag worden aangenomen dat met de bouw in 1598 begonnen wordt.
In een oorkonde van 17 juli 1613 is sprake van een omvang van de uithof van om en nabij vierhonderd bunder: goeden gheleghen bij de steden van ts'Hertogen Bosche ende Heusden, consisterende zoe in twee hoeven gheheeten Gheersberghen, winnende landen, boghaerden, als boschen, weyden, schaerboschen, duynen ende heyden comende t'samen tot vierhondert bunderen ofte daer omtrent.
Op maandag 18 juni 1934 wordt Giersbergen getroffen door een grote brand die in een van de boerderijen begint. Twee boerderijen met schuren branden af. Vee, pluimvee en huisdieren komen in de vlammen om. De materiële schade is groot. De door de vrij sterke wind wegwaaiende vonken zetten het omliggende heidegebied in lichterlaaie. Een oppervlakte van 25 hectaren, veelal dennen- en eikenbossen, valt ten prooi aan de vlammen.
In 1951 krijgt Giersbergen een dorpspomp. Deze voorziet het gehucht van bluswater en zijn inwoners van was- en drinkwater. Vijf jaar (1956) later wordt Giersbergen aangesloten op het elektriciteitsnet. Handige inwoners weten hiermee boerderijen al vanaf de dorpspomp te voorzien van stromend water. In 1965 volgt de aansluiting op het waterleidingnet.
De Poirthoeve (of Poorthoeve, zoals ze later is gaan heten) wordt aan het begin van de 21ste eeuw gesloopt, omdat ze moet wijken voor de nieuwbouw van een landhuis.
Toerisme
Na de terugslagen in de landbouw en veeteelt is de recreatie een voorname bron van inkomsten geworden. Giersbergen is vooral geliefd door de Loonse en Drunense duinen, maar ook omdat het vlakbij "s Hertogenbosch, de Efteling en de plaats Heusden ligt.
Op het terrein bij de oudst overgebleven boerderij van Giersbergen, de Maaihoeve (eerder Mayhoeve genoemd), is in 2006 een boerderijcamping gevestigd.
In Giersbergen bevindt zich ook een herberg, genaamd "De Drie Linden".

Giersbergen-Nederland (13)

Giersbergen (Noord Brabant)
Giersbergen is een gehucht ten zuiden van Drunen in de Noord-Brabantse gemeente Heusden. Het heeft ongeveer 70 inwoners en ligt aan de noordzijde van het Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen.
GeschiedenisGiersbergen ontstaat in het midden van de dertiende eeuw. In een afschrift van een oorkonde, te vinden in de Koninklijke Bibliotheek te Brussel, treft de lezer aan het eind als datering het jaar 1244 aan: Datum anno Domini millesimo ducentesimo quadragesimo quarto. De oorkonde beschrijft hoe Hendrik van Herentals, schout van 's-Hertogenbosch, op bevel van Hendrik II, hertog van Brabant, 150 bunder grond overdraagt aan de abdij Ter Kameren tegen betaling van een jaarlijkse cijns. De abdij krijgt eveneens het recht te genieten van de gemene gronden van het allodium Drunen (ville de Unen allodium tam in humido quam in sicco communibus possunt uti pascuis et gaudere).De abdij vestigt op dit landgoed de uithof Giersbergen.De abdij Ter Kameren is een Cisterciënzerinnenabdij. Deze monialen leven volgens strenge regels binnen de adbijmuren. Het werk op de uithoven wordt verricht door monniken en lekenbroeders.De kern van de uithof wordt al snel na de stichting gevormd door twee hoeven, de Poirthoeve en de Maijhoeve. De Maijhoeve is volledig bestemd voor de exploitatie van de landgoederen van de uithof. De Poirthoeve dient daarnaast nog een tweede doel, het bieden van onderdak en gastvrijheid aan leden van de orde, onderweg van en naar de abdij Ter Kameren of het Generaal Kapittel te Cîteaux, en andere aanzienlijke personen. De Poirthoeve ligt dan ook aan de westelijke rand van de binnenste omwalling van de uithof, waarlangs de Heusdense baan komend van Heusden (Holland) via Oisterwijk verder naar Brussel (Brabant) voert. Jan II,volgens de oorkonde hertog van Lotharingen, Brabant en Limburg, breidt op 14 december 1299 het domein verder uit door tegen een jaarlijkse cijns drie hoeven land in Udenhout aan de abdij te geven: tres hovas terre sitas in nostro nemore de Uudenhout.Ook door aankopen wordt het gebied verder uitgebreid.De Maijhoeve wordt aan het einde van de zestiende eeuw op de bestaande plaats opnieuw opgebouwd of op zijn minst grondig gerenoveerd. In oktober 2007 door BAAC uitgevoerd dendrochronologisch onderzoek op monsters uit het eerste gebint toont aan dat de gebruikte boomstammen in de winter van 1597/1598 zijn gekapt, zodat mag worden aangenomen dat met de bouw in 1598 begonnen wordt.In een oorkonde van 17 juli 1613 is sprake van een omvang van de uithof van om en nabij vierhonderd bunder: goeden gheleghen bij de steden van ts'Hertogen Bosche ende Heusden, consisterende zoe in twee hoeven gheheeten Gheersberghen, winnende landen, boghaerden, als boschen, weyden, schaerboschen, duynen ende heyden comende t'samen tot vierhondert bunderen ofte daer omtrent.Op maandag 18 juni 1934 wordt Giersbergen getroffen door een grote brand die in een van de boerderijen begint. Twee boerderijen met schuren branden af. Vee, pluimvee en huisdieren komen in de vlammen om. De materiële schade is groot. De door de vrij sterke wind wegwaaiende vonken zetten het omliggende heidegebied in lichterlaaie. Een oppervlakte van 25 hectaren, veelal dennen- en eikenbossen, valt ten prooi aan de vlammen.In 1951 krijgt Giersbergen een dorpspomp. Deze voorziet het gehucht van bluswater en zijn inwoners van was- en drinkwater. Vijf jaar (1956) later wordt Giersbergen aangesloten op het elektriciteitsnet. Handige inwoners weten hiermee boerderijen al vanaf de dorpspomp te voorzien van stromend water. In 1965 volgt de aansluiting op het waterleidingnet.De Poirthoeve (of Poorthoeve, zoals ze later is gaan heten) wordt aan het begin van de 21ste eeuw gesloopt, omdat ze moet wijken voor de nieuwbouw van een landhuis.
ToerismeNa de terugslagen in de landbouw en veeteelt is de recreatie een voorname bron van inkomsten geworden. Giersbergen is vooral geliefd door de Loonse en Drunense duinen, maar ook omdat het vlakbij "s Hertogenbosch, de Efteling en de plaats Heusden ligt.Op het terrein bij de oudst overgebleven boerderij van Giersbergen, de Maaihoeve (eerder Mayhoeve genoemd), is in 2006 een boerderijcamping gevestigd.In Giersbergen bevindt zich ook een herberg, genaamd "De Drie Linden".

Drunen-Nederland (12)

Drunen
Drunen is een plaats in de gemeente Heusden (Noord-Brabant), op 1 januari 2010 had Drunen 18.017 inwoners. Drunen maakt deel uit van een regio die de Langstraat wordt genoemd en die van oudsher bekend staat om zijn leer- en schoenenindustrie. Drunen was vanaf 1813 een zelfstandige gemeente, bestaande uit de plaatsen Drunen, het gehucht Giersbergen en de bouwhoeven Fellenoord, Klinkaert en het inmiddels afgebroken Pestert. In 1935 is, na de opheffing van de zelfstandige gemeente Elshout & Oud-Heusden, het kerkdorp Elshout toegevoegd. Op 1 januari 1997 is deze gemeente samengevoegd met de voormalige gemeenten Vlijmen en Heusden in de nieuwe, grotere gemeente Heusden. Grote werkgevers in Drunen zijn de scheepsschroevenfabriek van Wärtsilä, (voorheen Lips en John Crane), de aluminiumfabriek van Sapa (voorheen Alcoa), en de messingfabriek LDM (voorheen Lips). Deze drie verwante bedrijven werken samen onder de naam Metal Valley.Het voormalig themapark het Land van Ooit was hier gevestigd. Het was gevestigd op het landgoed van het Kasteel Drunen. Na het faillissement is het gebied en het kasteel aangekocht door de gemeente Heusden en omgedoopt tot de 'Poort van Heusden'.Aan de noordzijde op de bebouwing van het huidige Drunen was het voormalig Statioon Drunen-Heusden gelegen; het was gelegen aan de westzijde van de spoorwegovergang 'de Wolfshoek'.
Nationaal Park de Loonse en Drunense Duinen, is een alom in Nederland en tot ver over de landsgrenzen bekend natuurgebied. Verder kent Drunen qua karakter sterk verschillende bossen. Een van deze bossen herbergt een eendenkooi. De dijken en de vele paden in Drunen bieden u een uitstekende mogelijkheid om de omgeving per fiets te verkennen. Drunen is ook bekend omdat hier vroeger het Autotron was gevestigd (nu in Rosmalen) en Het Land van Ooit in deze plaats lag. Het Land van Ooit werd op 22 november 2007 gesloten na failliet te zijn verklaard.

Westkapelle-Nederland (11)

Westkapelle - Camping "De Boomgaard"
Westkapelle is een kleine stad in de gemeente Veere van de provincie Zeeland, ligt op het meest westelijke puntje van het voormalige eiland Walcheren en is aan drie kanten omsloten door de zee.
Westkapelle is vooral bekend om zijn vuurtoren, het "Hoge licht" of "Zuiderhoofd" (Westkapelle Hoog), die direct bij binnenkomst van het stadje te zien is. Deze toren is het overblijfsel van een gotische kerk, die in de 18e eeuw door brand verloren is gegaan. In de 19e eeuw is er een baken op geplaatst, zodat hij als vuurtoren dienst kon doen. Bijzonder voor een lichttoren is dat hij niet aan de zeekant staat, maar juist aan de landkant van de plaats.
Daarnaast staat er op de zeedijk aan de zuidkant een tweede vuurtoren, het zogenaamde "IJzeren torentje" (Westkapelle Laag).
De enige molen van Westkapelle die de oorlog heeft overleefd, is Korenmolen"De Noorman".
Een andere bezienswaardigheid is de Westkappelse Zeedijk, een vijf kilometer lange zeewering van basaltsteen in de duinenrij die het eiland Walcheren tegen de zee beschermt.
Het Polderhuis Westkapelle is het Dijk- en Oorlogsmuseum, gevestigd in een oud gebouw van het waterschap.
Camping "De Boomgaard"
De Boomgaard, een veelzijdige camping!
Bent u op zoek naar een camping waar u kunt genieten van rust, ruimte, privacy en ontspanning? Dan bent u bij Camping de Boomgaard aan het juiste adres! Gastvrijheid en persoonlijke aandacht is hier nog echt belangrijk.
Op een steenworp afstand van het Zeeuwse strand :
moderne, luxe chalets en stacaravans, mooie passantenplaatsen, ruime seizoen- en jaarplaatsen.
Camping de Boomgaard is uitgerust met:
- Verwarmd buitenzwembad
- Kleuterzwembad
- Voorzieningen voor invaliden
- Café-Restaurant
- Speeltuinen
- Telefooncellen
- Snackbar
- Speelweide
- Draadloos internet
- Supermarkt
- Recreatieteam van 17/7/10-21/8/10
- Wasserette
- Uitstekend sanitair

Mechelen-Nederland (10)

IJssalon Venezia
Pension-Kamerverhuur L.J.N. Duijsings-Mingels
Eperweg 9 - Mechelen (L)

Drunen-Nederland (09)

Drunen - Zwembad

Drunen is een plaats in de gemeente Heusden (Noord-Brabant), op 1 januari 2010 had Drunen 18.017 inwoners. Drunen maakt deel uit van een regio die de Langstraat wordt genoemd en die van oudsher bekend staat om zijn leer- en schoenenindustrie. Drunen was vanaf 1813 een zelfstandige gemeente, bestaande uit de plaatsen Drunen, het gehucht Giersbergen en de bouwhoeven Fellenoord, Klinkaert en het inmiddels afgebroken Pestert. In 1935 is, na de opheffing van de zelfstandige gemeente Elshout & Oud-Heusden, het kerkdorp Elshout toegevoegd. Op 1 januari 1997 is deze gemeente samengevoegd met de voormalige gemeenten Vlijmen en Heusden in de nieuwe, grotere gemeente Heusden. Grote werkgevers in Drunen zijn de scheepsschroevenfabriek van Wärtsilä, (voorheen Lips en John Crane), de aluminiumfabriek van Sapa (voorheen Alcoa), en de messingfabriek LDM (voorheen Lips). Deze drie verwante bedrijven werken samen onder de naam Metal Valley.Het voormalig themapark het Land van Ooit was hier gevestigd. Het was gevestigd op het landgoed van het Kasteel Drunen. Na het faillissement is het gebied en het kasteel aangekocht door de gemeente Heusden en omgedoopt tot de 'Poort van Heusden'.Aan de noordzijde op de bebouwing van het huidige Drunen was het voormalig Statioon Drunen-Heusden gelegen; het was gelegen aan de westzijde van de spoorwegovergang 'de Wolfshoek'.
Nationaal Park de Loonse en Drunense Duinen, is een alom in Nederland en tot ver over de landsgrenzen bekend natuurgebied. Verder kent Drunen qua karakter sterk verschillende bossen. Een van deze bossen herbergt een eendenkooi. De dijken en de vele paden in Drunen bieden u een uitstekende mogelijkheid om de omgeving per fiets te verkennen. Drunen is ook bekend omdat hier vroeger het Autotron was gevestigd (nu in Rosmalen) en Het Land van Ooit in deze plaats lag. Het Land van Ooit werd op 22 november 2007 gesloten na failliet te zijn verklaard.

zondag 22 november 2009