Posts tonen met het label België. Alle posts tonen
Posts tonen met het label België. Alle posts tonen

woensdag 9 december 2009

Charleroi-België (10)

Charleroi, Basilique St. Christophe

Charleroi is een grote industriestad in de Belgische provincie Henegouwen. De stad is ontstaan uit een fusie van de kleine kernstad Charleroi met veertien voorsteden waarmee ze vergroeid is. Charleroi telt ruim 201.000 inwoners op een oppervlakte van 102 km², en is daarmee naar inwonertal de derde grootste gemeente in België en de grootste in Wallonië. In het hele stedelijke gebied van Charleroi, inclusief omliggende gemeenten, wonen bijna 500.000 mensen. Charleroi ligt aan de rivier de Samber.
Charleroi heette oorspronkelijk Charnoy. De Spanjaarden maakten van dit dorpje een belangrijke vesting en hernoemden het in 1666 tot Charleroi, naar koning Karel II. Dit komt tot uitdrukking in de Latijnse term Caroloregium en het Franse bijvoeglijk naamwoord dat bij de stad hoort, carolorégien. Dit is ook de naam die aan de inwoners van de stad wordt gegeven, soms afgekort tot Carolo's. De zogezegde Nederlandse benaming "Karelskoning" is een neologisme, uitgevonden en geïntroduceerd door een Belgisch radioprogramma. In de praktijk wordt deze naam niet gebruikt.
Geschiedenis:
Charleroi was in de late 17e eeuw en eerste helft van de 18e eeuw een van de vestingsteden die deel uitmaakten van de Nederlandse vestingsbarrière in de Zuidelijke Nederlanden.
Economie:
Charleroi, eens een belangrijk industrieel centrum (koolmijnen en staalindustrie), is nu vooral een stad van vergane glorie, met de bijhorende sociale problemen (torenhoge werkloosheid- en criminaliteitscijfers). Overal zijn er resten (terrils, gebouwen) zichtbaar waardoor Charleroi en de regio nog steeds bekend staat als Le Pays Noir, en geassocieerd wordt met mijnen. In de deelgemeente Marcinelle vond in 1956 de grootste mijnramp uit de Belgische geschiedenis plaats in de mijn Le Bois du Cazier. 262 mijnwerkers kwamen om, voornamelijk Italianen (na W.O.II massaal als "gastarbeiders" ingehuurd) en Vlamingen. Sinds kort zijn de oude mijngebouwen ingericht als museum en herdenkingssite. De mijnbouw is ondertussen voltooid verleden tijd, de staalindustrie nog slechts een schim van vroeger, ACEC (elektromechaniek), begin jaren 60 qua omzet nog zo groot als Philips, bestaat niet langer. Chemie (Solvay) en glas (Glaverbel), blijven nog overeind.
Met forse subsidies, (o.a. 750 miljoen euro van de Europese Unie voor de provincie Henegouwen), probeert het Waals Gewest het tij te keren, door nieuwe bedrijven aan te trekken. Zo kent de luchthaven van Charleroi, (deelgemeente Gosselies), die jarenlang een sluimerend bestaan leidde, sinds 2001 toen de goedkope luchtvaartmaatschappij Ryanair er neerstreek, als "Brussels-South Charleroi Airport", een forse toename van het aantal reizigers (meer dan 2 miljoen in 2004). De subsidies die Ryanair ontving van de Waalse Gewestregering, werden door de Europese Unie ondertussen echter beschouwd als concurrentieverstorend, en Ryanair moest de miljoenen euro's terugstorten aan de Waalse overheid. De economische reconversie van de regio is op dit ogenblik echter zeker nog geen feit.
Bijzonder is dat Charleroi geen echte universiteit bezit. Dit leidt ertoe dat veel leerlingen na het middelbaar onderwijs de stad verlaten om elders een studie te volgen. De stad heeft wel de Centre Universitaire de Charleroi (een instelling voor volwassenenonderwijs) en de paramedische afdelingen Institut Pédagogique et Social de Marcinelle (IPSMa) en Institut Provincial de Kinésithérapie de Nursing et d'Ergothérapie (IPKNE) van de hogeschool Haute Ecole Provinciale de Charleroi Universtité du Travail (HEPCUT), en de IESCA van de Haute Ecole Catholique Charleroi-Europe.

zondag 6 december 2009

Elen-België (09)

Elen - Oberbayern Dancing "Alphorn
Steenweg 5a Elen (Limburg)
(Baan Tongeren - Maaseik)
Elen is een dorp in de Belgische provincie Limburg en een deelgemeente van Dilsen-Stokkem. Het dorp telde in 2001 ruim 2200 inwoners. Elen ligt in het oosten van de provincie, tegen de Nederlandse grens en de rivier de Maas.

Ardennen-België (08)

Oud huis in de Ardennen
De Ardennen vormen een bosrijk laaggebergte in oostelijk België (een groot deel van Wallonië), Noord-Luxemburg en een klein stukje aangrenzend Frankrijk.Het is de westelijke uitloper van een massief van leisteen waartoe ook het ten oosten van de Ardennen in Duitsland gelegen Eifelgebergte behoort.
Begrenzing
Er bestaan twee indelingen ten aanzien van welk gebied precies tot de Ardennen behoort.
De ene betreft een geologische indeling. Hierbij gaat het om het eigenlijke Ardense heuvelland. De grenzen hiervan worden min of meer gevormd door de rivier de Vesder en het daarboven gelegen Land van Herve in het noorden en de rivier de Semois en het daaronder gelegen Belgisch-Lotharingen (ook wel Gaume genoemd) in het zuiden. De westgrens betreft de schisteuze depressies van de Fagne en de Famenne en de oostgrens de Eifel.Tussen de Fagne-Famenne en de Ardennen ligt een slechts enkele kilometers brede kalksteenformatie, de Calestienne.
De andere is een toeristische en cultureel-landschappelijke indeling, de ruime opvatting. Hierbij worden ook de gebieden rondom het eigenlijke Ardense heuvelland tot de Ardennen gerekend zoals de Condroz, de Fagne en de Famenne, de Gaume of Belgisch-Lotharingen, het Land van Herve en de Voerstreek.De grenzen van deze 'ruime' Ardennen liggen bij de rivieren de Maas en de Samber in het westen, de Franse Maas bij Sedan in het zuiden, de Eifel in het oosten en het Nederlandse Zuid-Limburg in het noorden.
In dit artikel beperken we ons tot de “eigenlijke Ardennen”. Meer informatie over de streken die tot de “ruime Ardennen” gerekend worden, is te vinden in de respectievelijke artikels.
Algemene beschrijving
Men onderscheidt een hoger gedeelte en een lager gedeelte in de Ardennen, de Hoge en de Lage Ardennen. De Hoge Ardennen liggen in het noordoosten; hier vindt men dan ook de hoogste toppen die tot ver over de zeshonderd meter kunnen reiken. Zo is de hoogste heuvel de in de Hoge Venen gelegen Signaal van Botrange (694 meter). Een andere top is de in het noorden van de provincie Luxemburg gelegen Baraque de Fraiture (652 meter). De Lage Ardennen liggen in het meest in het zuidwesten, in het zuiden van de provincies Henegouwen, Namen en Luxemburg alsmede in het aangrenzende Frankrijk. De heuvels zijn over het algemeen nooit hoger dan vijfhonderd meter. Talloze kleine rivieren ontspringen in het Ardense heuvelland, zoals de Amblève, de Ourthe en de Semois. In een aantal daarvan zijn stuwmeren aangelegd zoals onder andere bij Eupen en Robertville.
Klimaat
De afstand van de zee en het reliëf hebben een invloed op het klimaat. De Ardennen vormen de eerste hindernis voor buien die vanaf zee komen en zijn daarom zeer regenachtig. Ook is het er vanwege de hoogte over het algemeen wat koeler. In hardere winters kan er flink wat sneeuw vallen wat mogelijkheden voor wintersport biedt.
Fauna en flora
De Ardennen zijn dicht bebost en daardoor een aantrekkelijke biotoop voor wilde dieren zoals wilde zwijnen, herten, roofvogels, lynxen en andere. Recent zijn er ook weer bevers gesignaleerd, waarschijnlijk afkomstig uit de naburige Duitse Eifel.
Bevolking
De Ardense huizen zijn dikwijls gebouwd met natuursteen afkomstig van lokale steengroeven wat soms zeer karakteristieke dorpjes tot gevolg heeft. In de Ardennen zijn de huizen daarom niet grijs, in de Fagne-Famenne wel.
De Ardennen zijn vanwege het moeilijke reliëf, de arme bodem en de moeilijke bereikbaarheid tot op vandaag dunbevolkt gebleven. Alleen aan de rand zijn er enkele grote steden zoals Luik en Namen. De aanleg van de snelweg Brussel-Luxemburg heeft bijgedragen tot het ontwikkelen van nieuwe bedrijven. In het grensgebied met het Groothertogdom Luxemburg neemt de bevolking toe door migratie vanuit Luxemburg, wegens het goedkopere vastgoed.
Geschiedenis
Veel belangwekkende gebeurtenissen hebben zich in de Ardennen dan ook in het verleden niet voorgedaan. In de nadagen van de Tweede Wereldoorlog is er echter nog wel hevig gevochten in dit gebied. Aan het einde van 1944 deden de Duitsers namelijk nog een laatste grote aanval tegen de Geallieerden, het bekende Ardennenoffensief waarbij veel beschadigingen werden aangericht waardoor diverse oude historische kernen werden vernietigd.

Taal
In de Ardennen wordt hoofdzakelijk Frans en het lokale Waals gesproken, behalve in uiterste oosten, de zogenoemde Belgische Eifel en het deel dat bij het groothertogdom Luxemburg hoort waar ook Luxemburgs of Duits geproken wordt. Het groothertogdom Luxemburg plus het direct aangrenzende deel van de Belgische Provincie Luxemburg, het Land van Aarlen, heeft een eigen taal, het Luxemburgs of Letzeburgs (Lëtzebuergesch), dat sinds enige jaren een heropleving kent.
Ontstaan
De kalkstenen die we in de Ardennen aantreffen zijn in zee ontstaan. Ongeveer 400 miljoen jaar geleden botsten de continenten Laurentië en Baltica met elkaar, waarbij een gebergte ontstond en de kalksteen omhoog geduwd werd. Dit gebergte erodeerde langzaamaan totdat zo'n 250 miljoen jaar geleden bij de vorming van Pangaea het huidige Afrika zich tegen het huidige Europa drukte en er een nieuw gebergte ontstond. Toen Pangaea langzaamaan uiteenviel en Noord-Amerika naar het westen afdreef, ontstond opnieuw een zee en kwamen de Ardennen gedeeltelijk weer onder water te liggen, waarna het gebergte snel erodeerde. Het gebied werd weer omhoog gedrukt doordat Afrika zich langzaam maar zeker tegen Europa aandrukte. Bij het versmelten van het Iberisch Schiereiland en de Adriatische plaat met Europa ontstonden de Pyreneeën en de Alpen. Behalve de vorming van deze gebergten werd het achterliggend land ook omhoog gedrukt, en ontstond het huidig heuvellandschap in de Ardennen

Spa-België (07)

Spa - Bottelarij Spa Monopole N.V.
(Er is geen tweede bron ter wereld als SPA)
Het bedrijf Spa Monopole N.V. is sinds 1921 de exclusieve producent van dit bronwater, dat echter niet uit dezelfde bronnen komt als het ijzerhoudend water. Spa Monopole is nu onderdeel van de Spadel-groep die ook de bronnen van Spontin en Chevron controleert.
Het ijzerhoudend water kan men proeven in de Peter-de-Grote-bron in het centrum van de stad.

Spa-België (06)

Spa - Monopole
Het bedrijf Spa Monopole N.V. is sinds 1921 de exclusieve producent van dit bronwater, dat echter niet uit dezelfde bronnen komt als het ijzerhoudend water. Spa Monopole is nu onderdeel van de Spadel-groep die ook de bronnen van Spontin en Chevron controleert.
Het ijzerhoudend water kan men proeven in de Peter-de-Grote-bron in het centrum van de stad.

vrijdag 4 december 2009

Brugge-België (05)

Stadhuis
Brugge is de hoofdstad en grootste stad van de Belgische provincie West-Vlaanderen en van het arrondissement Brugge, alsook de zetel van het bisdom Brugge en van een hof van assisen. De stad ligt in het noordwesten van het land.
Het historisch centrum is als middeleeuwse stad opgenomen op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Het is eivormig en ongeveer 430 hectare groot. De volledige gemeente heeft een oppervlakte van ruim 13.840 hectare, waaronder 193,7 hectare in zee, bij Zeebrugge. De stad telt circa 117.000 inwoners; ongeveer 20.000 daarvan wonen in het centrum.
Het economisch belang van Brugge vloeit voornamelijk voort uit zijn belangrijke Europese haven.
Naamgeving
De oudste tastbare bron waarop voor het eerst de naam van de stad wordt gebruikt zijn enkele munten van voor 875. Ze vermelden Bruggia en Bruccia.
Van waar de naam Brugge juist komt, is niet exact bekend. Mogelijk is het een verbastering van de Keltische naam voor de ondertussen gekanaliseerde rivier de Reie, die door Brugge stroomde en in de Noordzee uitmondde. Reie zelf komt van het Keltische woord Rogia, wat "Heilig Water" betekent. De Kelten beschouwden rivieren en bronnen als goddelijke wezens en het is waarschijnlijk dat de Keltische naam aan de Brugse waterloop is blijven kleven. Door evolutie zou de naam van het water, Rogia of Ryggia, ook de naam van de stad geworden zijn, Bryggia.
Het is mogelijk dat er in latere eeuwen ook een contaminatie plaats heeft gevonden met het Oudnoordse woord bryggja, wat "landingsbrug" of "aanlegkaai" betekent. Zo waren er vanaf 800 veel contacten met Scandinavië via handel over de Noordzee en door de invallen van de Noormannen. De naam Brugge vertoont dan ook gelijkenissen met Bryggen, de historische haven van Bergen, dat net als Brugge vanaf de 11e eeuw een belangrijke stad was van de Hanze.
Minder waarschijnlijk is een oorsprong uit het woord "brug" aangezien er dan taalhistorisch eerder sprake zou zijn van Brigge (vergelijk met het Engelse bridge, Oudengelse brycg, Friese brigge of bregge, Gallische briva). Ook een oorsprong uit het woord "burcht" is eerder onwaarschijnlijk: vergelijk bijvoorbeeld met Oudenburg en Aardenburg die net als Brugge op een belangrijke handelsweg lagen en eveneens uit een Romeinse nederzetting zijn ontstaan.
Regelmatig wordt naar Brugge verwezen als het "Venetië van het Noorden", refererend naar de vele kanaaltjes en bruggen. De meeste van deze kanaaltjes worden ook "reien" genoemd, naar de rivier de Reie. Ook wordt Brugge vaak de "Breydelstad" genoemd, naar de Brugse volksheld uit de 14e eeuw, Jan Breydel.
De bijnaam van de Bruggelingen is "(Brugse) zotten". Deze bijnaam danken ze aan volgende legende: nadat ze Maximiliaan I van Oostenrijk, in hun strijd om autonomie, voor een tijd gevangen hadden gehouden, verbood deze het houden van een jaarmarkt en andere festiviteiten. In een poging om hem te sussen, hield Brugge voor hem een groot feest en vroeg daarna de toelating opnieuw een jaarmarkt te mogen houden, belastingen te mogen innen én ... het bouwen van een nieuw zothuis. Hij antwoordde: "Sluit alle poorten van Brugge en je hebt een zothuis!".

woensdag 25 november 2009

Oostende-België (04)

Oostende - afvaart van Maalboot Oostende- Dover
Oostende is een stad in de Belgische provincie West-Vlaanderen, die ongeveer centraal langs de Belgische Kust ligt. Het is de grootste stad langs de kust, en een belangrijk toeristisch en economisch centrum en telt ongeveer 68.000 inwoners. De stad beschikt ook over een zee- en luchthaven.
Geschiedenis
De beginperiode
De eerste sporen van Oostende zijn te vinden in de 9de en 10e eeuw. Schaapherders en vissers leidden een eenvoudig leven in een kleine nederzetting op het oostelijke uiteinde van de Testerep. In 814 schonk Sire Gobrecht van Steeland het toenmalig nietig dorpje aan de abdij van Sint-Bertinus in Sint-Omaars. In 1267 kende Margaretha van Constantinopel stadsrechten toe aan Oostende, maar de stad had evenwel geen muren, vestingen of bolwerken. Op dat moment werd aan Oostende het voorrecht verleend een halle te exploiteren. Geleidelijk aan maakten de bewoners gebruik van hun bestuurlijke bevoegdheden om zich los te maken van de dominerende kasteelheren. Een schepencollege van rijke kooplieden, later ambachtslieden, met aan het hoofd de baljuw, stippelde het beleid uit. In 1284 sloot Oostende een verdrag met de vrijheer van Brugge om de getijdengeul te verbreden en bevaarbaar te maken.
Verhuizingen
Stormen en overstromingen dwingen Oostende te verhuizen. In 1372 werd de stad versterkt met palissades, maar voortdurende zware stormen en overstromingen verzwolgen uiteindelijk de stad. Er werd een nieuwe meer zuidelijk gelegen stad opgetrokken. In 1445 gaf Filips de Goede Oostende zijn toestemming om een haven aan te leggen. In 1447 werd de stad opnieuw overstroomd, met als gevolg dat de stad opnieuw voor een groot gedeelte verplaatst werd, verder van de zee af.
De Spaanse periode
In juli 1489 werd Oostende geplunderd en in brand gestoken door aanhangers van de Duitse koning Maximiliaan I van Oostenrijk, aangevoerd door Daniël van Praet, kapitein van Nieuwpoort. Dat leidde de reeks oorlogen in de Nederlanden in. Zo werd Oostende in 1548 veroverd door de Engelsen en de Hollanders. In 1572 werd uiteindelijk een verdediging rond de stad opgeworpen met de toestemming en medewerking van de Hertog van Alva.
Na de Slag bij Nieuwpoort trok het leger van de Prins van Oranje zich terug op Oostende. De Oostendenaren gaven vrije toegang tot hun haven aan protestanten uit Engeland en Noord-Ierland. Zo werd Oostende het laatste protestantse bolwerk in de katholieke Spaanse Nederlanden. Als reactie daarop volgde het drie jaar durende Beleg van Oostende. De Staatse verdedigers trokken zich tenslotte terug. Door het beleg was Oostende totaal verwoest.
In 1698 werd een eerste scheepvaartmaatschappij opgericht, die tot doel had handel te drijven met Indië. De Spaanse Successieoorlog had ook zijn gevolgen voor Oostende. Toen de Franse en Spaanse troepen, na hun verlies in de slag bij Ramillies op 23 mei 1706 zich terugtrokken in Oostende, werd de stad belegerd door de Engelse vloot, en opnieuw grotendeels verwoest. Op 6 juli 1706 gaf de belegerde stad zich over aan de Oostenrijkse keizer en zijn bondgenoten.
De Oostenrijkse periode
De scheepvaartmaatschappij die met Indië handel voerde, werd hierdoor pas in 1715 een succes. Op 11 augustus 1723 werd de Generale Keizerlijke en Koninklijke Indische Compagnie, beter gekend als de Oostendse Compagnie, gesticht. In maart 1724 vertrok de eerste koopvaardijvloot, die bestond uit drie schepen, de Arend, de Sint-Elisabeth en de Sint-Karel, onder koninklijke en keizerlijke vlag. Op korte tijd werd Oostende een belangrijke haven met invoer van Chinese en Indische koopwaar. Onder internationale druk werd de Oostendse Compagnie in 1727 geschorst en in 1731 opgeheven. Oostende wordt opnieuw een gewone vestingstad. In de late 17de eeuw en eerste helft van de 18de eeuw was Oostende een van de vestingsteden die deel uitmaakten van de Nederlandse vestingsbarrière in de Zuidelijke Nederlanden.
Op 24 november 1776 werd het eerste handelsdok plechtig geopend. In 1781 vaardigde keizer Jozef II een decreet uit waardoor Oostende officieel een vrijhaven werd. Opnieuw kende de haven een zekere opbloei, onder andere door de neutraliteit van Oostenrijk in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorloge. Na het Verdrag van Versailles op 20 januari 1783 begon de grote havenbedrijvigheid weer stilaan af te nemen.
De Franse periode
Tussen 1792 en 1815 stond de verdere uitbouw van de Oostendse haven op een laag pitje, onder meer vanwege het beleid van Napoleon Bonaparte. De keizer blokkeerde met het Continentaal stelsel de handel met overzee en concentreerde de vestingbouw en de activiteiten van zijn marine in de Noordelijke wateren in Den Helder dat hij als "Het Gibraltar van het Noorden" beschouwde. Wel werden er onder het bestuur van Napoleon twee forten gebouwd ter verdediging van de haven: Fort Napoleon en het Fort Royal moesten Britse aanvallen en landingen afweren.

De haven in het Koninkrijk der Nederlanden
Ook tijdens het korte bewind (1815-1830) van Koning Willem I der Nederlanden was vergroting van de haven niet mogelijk. De prioriteiten van de regering lagen elders en het Koninkrijk bezat met Amsterdam, Rotterdam en Antwerpen al voldoende grote havens.

De Belgische periode
Pas in 1830, onder impuls van de Belgische koning Leopold I, kon de Oostendse zeehaven verder uitgroeien. In 1838 had de inhuldiging van de spoorlijn Oostende-Brussel plaats en in 1846 werd de eerste postdienst Oostende-Dover ingelegd. In 1877 werd de eerste Oostendse vismijn gebouwd. Op 2april 1884 kwam het eerste stoomvisserijschip — de Prima — Oostende binnenvaren. In 1914 waren er al 29 stoomvisserijschepen in Oostende.
In 1865 werd Oostende ontheven van haar functie als vesting door de toenmalige minister van oorlog baron Félix Chazal. Spoedig werden de vestingmuren rond de stad gesloopt. Hierdoor zou Oostende op korte tijd sterk uitbreiden. Dankzij de inspanningen van de Belgische koning Leopold II bloeide Oostende in het begin van de twintigste eeuw als geen ander. De stad kreeg de bijnaam "Koningin der Badsteden". De mondaine koning bouwde een belle-epoque badstad met wereldfaam. Het Kursaal Oostende uit 1852, het nieuwe theater uit 1905, het Koninklijk Paleis, de Koninklijke Gaanderijen, de Promenade, de Kiosk, het Stadstheater, het Leopoldpark, de Wellingtonrenbaan en de Stadsbibliotheek straalden haar bourgeois karakter uit.
Door de toegenomen haventrafiek was er een tekort aan kaaimuren ontstaan, daarom werd in de periode 1894-1914 de haven op ingrijpende wijze vernieuwd door aanpassing van de voorhaven en uitbouw van een nieuwe achterhaven, verbonden met de De Smet de Naeyerbruggen.
Het Duitse intermezzo
De twee wereldoorlogen luidden het einde in van Oostende als belle-epoquestad. De Duitsers plaatsten afweergeschutbatterijen langs het Fort Napoleon en in de duinen langs het duinenkerkje Onze-Lieve-Vrouw ter Duinenkerk, waarvan de toren half verwoest werd. In de Eerste Wereldoorlog was Oostende een basis voor Duitse duikboten vanuit Brugge. De Britten probeerden Oostende tweemaal te blokkeren met de blokkade van Zeebrugge en Oostenden. De promenade werd zo goed als volledig verwoest in 1940-45 door de bommenregen van de Geallieerden op de Atlantikwall, de haven en de spoorwegen.
De naoorlogse periode
De opkomst van het massatoerisme en de immobiliënsector waren nog dramatischer dan de Tweede Wereldoorlog voor de afbraak van de belle-epoque architectuur. Oostende groeide dankzij het eendagstoerisme en de toename van de mobiliteit wel uit tot een bloeiende moderne badstad met bijna 70.000 inwoners; in het hoogseizoen kan dit aantal tot het tienvoudige oplopen. Veel van deze toeristen wensen een flat met zicht op zee. Het opdoeken van de RMT (Regie voor Maritiem Transport) heeft bovendien voor heel wat armoede gezorgd. Oostende wordt erkend als een kansarme gemeente (SIF+).

Casino Kursaal
Tegen de millenniumwende besloot het stadsbestuur van Oostende om van de elitaire bijnaam "Koningin der badsteden" af te stappen en zich te profileren als "Stad aan zee". Men wilde daarmee vooral aangeven dat Oostende aan de Belgische kust één van de enige "echte" steden zou zijn. Toeristisch en marketinggewijs was deze titel ook moderner dan de oubollig geworden koninginnennaam, hoewel deze naam een begrip is geworden en nog altijd vaak wordt gebruikt.
De lucht- en spoorhaven hebben de plaats van de zeehaven ingenomen op vlak van internationale verbindingen. In 2004 is de renovatie begonnen van het Kursaal Oostende. Het complex is afgewerkt in 2005. Het kursaal is nu een van de grootste evenementzalen in Oostende. Het biedt plaats aan meer dan 2000 mensen en achter het podium bevindt zich een glazen muur met zicht op zee. Bovenop het kursaal is een van de chicste restaurants van de stad gevestigd, met zicht op zee. Oostende is in 2006 ook opgefrist op vlak van wegen en overheidsgebouwen en toegankelijker dan ooit. Ook op cultureel vlak heeft de stad een aantal troeven. De Paulusfeesten zijn bekende zomerfeesten geworden. Het kleinschalig vriendenfeestje groeide uit tot een volwaardig festival. Ook Theater Aan Zee en Oostende voor Anker zijn internationale trekpleisters geworden.
Ligging
De stad ligt centraal langs de Belgische kust, op ongeveer 35 km van de Nederlandse grens en 30 km van de Franse grens. Oostende ligt in de duinen- en kuststreek. Ten westen van de havengeul is de kust bijna volledig volgebouwd. Het oostelijk deel paalt aan de zeereepduinen tussen Oostende en De Haan die, op het voormalig militair gebied na, onbebouwd zijn. Oorspronkelijk lag het op een eiland (Testerep) voor de Vlaamse kust, en was het het meest oostelijke dorp ervan (vandaar de naam). Aan de andere kant lag Westende en in het midden lag Middelkerke.
Oostende is een centrumstad met een historische stadskern, 19e eeuwse gordel en uitlopers langs de kustlijn. Typisch voor haar uitzicht zijn het kustfront van flatgebouwen, de dichtbebouwde binnenstad en grootschalige infrastructuren zoals zee- en luchthaven met dichtbij dichtbebouwde verkaveling. Oostende heeft een winkelcentrum dat regionaal vooral in trek is, veel scholen (vooral secundair en lager onderwijs) en recreatie.
Oostende heeft naast het stadscentrum nog de deelgemeenten Zandvoorde en Stene. Ook de vroegere dorpen Raversijde en Mariakerke horen tot de gemeente. Enkel Zandvoorde is nog een duidelijk afgescheiden landelijk dorp, Stene en Mariakerke zijn volledig vergroeid met het stadscentrum en zijn tegenwoordig een wijk van de stad.
Verkeer en vervoer
Oostende is via de weg vlot te bereiken, door de ligging aan het eind van de autosnelweg A10. De stad beschikt over een internationale luchthaven en een zeehaven. Ze ligt ook aan het Kanaal Brugge-Oostende en heeft enkele belangrijke tramstations van de kusttram. Via het station Oostende wordt de stad rechtstreeks verbonden met andere belangrijke Belgische steden als Brugge, Kortrijk, Brussel, Gent, Luik en Antwerpen. Vier keer per dag vertrekt een IC-trein naar Rijsel (Lille) en een keer per dag een Thalys naar Parijs.
Oostende heeft ook een dicht netwerk van zes stadsbussen, waarvan twee lijnen ook Bredene bedienen. Daarnaast zijn er streekbussen naar Oudenburg, Gistel, Brugge, Torhout, Middelkerke, Leffinge, Diksmuide, Veurne en De Haan. Tijdens het zomerseizoen is er een rechtstreekse busverbinding met Ieper. Op 7 januari 2008 startte in Oostende een nachtnet met 8 nachtlijnen, waarvan telkens een naar Oudenburg, Gistel, Middelkerke en Bredene. De andere lijnen verzorgen de verbindingen tussen het centrum en de buitenwijken.
Toerisme
Als "Stad aan zee" richt Oostende zich momenteel vooral op de cultuurminnende Oostendenaar, de weekend-bezoeker uit het binnenland en de buitenlandse toerist. Het aantal overnachtingen is gestegen van 800.000 in 1992 tot 1.100.000 in 2003 (cijfers Provincie West-Vlaanderen).
Enkele culturele evenementen zijn Theater Aan Zee, de Paulusfeesten, Sfeer in 't Park en Halloween. Oostende maakt zijn toeristisch aanbod bekend via een website. Het Bloemenuurwerk, de vistrap, Lange Nelle en het Casino-Kursaal zijn eveneens enkele van de trekpleisters.
Onroerend erfgoed
Oostende heeft een toeristische en historische stadskern. Naast deze stadskern liggen enkele wijken die deel uitmaken van de 19e eeuwse stadsexpansie, met aaneengesloten panden met 19e eeuwse bel-etagewoningen. De historische stadskern werd volledig vernield gedurende het driejarig beleg van Oostende. Het nog bestaande (en gerestaureerd) Spaas huisje is in feite afkomstig uit de Oostenrijkse periode.
In en buiten de stadskern liggen een aantal beschermde monumenten zoals de Venetiaanse Gaanderijen en Koninklijke Gaanderijen, de Kiosk (oostende) op het Wapenplein, De Smet de Naeyerbruggen, de Wellingtonrenbaan, de Drie Gapers, Fort Napoleon, Villa Maritza, de François Musinstraat, het Staketsel, de Sint-Petrus-en-Pauluskerk, de Peperbusse, de Kapucijnenkerk, de Onze-Lieve-Vrouw-ter-Duinenkerk, Sint-Annakerk, Rogier Palace, het Spaans huisje en het Shoppingcenter in Feest- en Cultuurpaleis Oostende.
Maritieme cultuur
Oostende heeft een maritiem verleden, waarvan de Mercator, de Amandine en het Noordzee-aquarium getuigen. In 1992 is het middeleeuwse vissersdorp Walraversijde opgegraven. Oostende heeft daarnaast een Week van de Zee, open dagen van de havenbedrijven, het project Oostende voor Anker, de vzw Maritieme Site Oostende, het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek, Onderzoeksdomein Visserij van de Vlaamse overhed, het Vlaams Instituut voor de Zee... De visserij is nog prominent aanwezig in de Vismijn en het Maritiem Instituut Mercator van het Gemeenschapsonderwijs. De spuikom uit het begin van de 20ste eeuw is nu een belangrijke plaats voor watersportrecreatie, zoals vissen, zeilen, duiken, surfen ...
Bibliotheek en kunst
De Oostendse Stadsbibliotheek (1856-...), nu Openbare bibliotheek Kris Lambert, huist sinds 2000 in de nieuwe hoofdbibliotheek. Oostende heeft tevens een Stedelijk Conservatorium en
Stedelijke Kunstacademie.
In 2010 moet de nieuwe cultuurtempel in het leegstaande Postgebouw aan de Hendrik Serruyslaan een feit zijn. Het wordt een project naar het voorbeeld van de Gentse Vooruit.
Musea en galerijen
In Oostende vindt men het Kunstmuseum aan Zee (of afgekort Mu.ZEE; in 2008 ontstaan uit de fusie van het Museum voor Schone Kunsten Oostende met het Provinciaal Museum voor Moderne Kunst of PMMK), het Ensorhuis dat als museum is ingericht, het Oostends Historisch Museum De Plate, het Domein Raversijde met de archeologische site Walraversijde, het domein van Prins Karel en de restanten van Duitse duinverdedigingsinstellingen uit de Eerste en de
Tweede Wereldoorlog, en tenslotte het fort Napoleon. Er zijn verschillende kleine galerijen. In de Venetiaanse Gaanderijen worden gelegenheidstentoonstellingen gehouden.

Brussel-België (03)

Brussel - Kleine Zavel
De Zavel (Frans le Sablon) is een wijk in het historische centrum van Brussel, aan de rand van de 12e-eeuwse versterkingen.
Zeer waarschijnlijk won men hier in het verleden zand (zavel is kleihoudend zand). In 1304 verkocht het Sint-Janshospitaal dit terrein aan de gilde van de kruisboogschutters die hier een kerk bouwden. Voorheen had de plaats gediend om de doden van het hospitaal te begraven. De Onze-Lieve-Vrouw-ter-Zavelkerk valt op door haar 14 m hoge glasramen; de middelen om een toren te bouwen ontbraken.
Op het hoogste punt van de Zavel dat zich uitstrekt tot aan het Paleis van Egmont legde men de Kleine Zavel aan: een park waarin hedendaagse beeldhouwers in brons 48 oude beroepen zullen uitbeelden. In het centrum van het park staat het standbeeld van graaf van Egmont en graaf Horne dat tot 1879 voor het Broodhuis van de Grote Markt van Brussel stond. De graven zijn omringd door standbeelden van tien humanisten

Neubrück St. Vith-België (02)

Hotel Forellenhof, Neubrück St. Vith
Sankt Vith (Frans: Saint-Vith) is een stad in de provincie Luik. Zij behoort tot de Duitstalige Gemeenschap van België. De gemeente Sankt Vith telt ruim 9000 inwoners.

zaterdag 21 november 2009

Malmedy - België (01)

België - Malmedy